Morfogenetische Singulaire Theorie

 

.




De endorfine hypothese is een moderne verklaring van het acupunctuureffect bij pijnsyndromen. Echter, een paar eigenschappen van de acupunctuur die niet met gevoeligheid van pijn samenhangen zijn moeilijk te verklaren vanuit deze theorie.

De aspecifieke activatie van acupunctuurpunten
Het therapeutisch effect van acupunctuur kan bereikt worden door verschillende stimuli, niet alleen met naalden, maar ook met hitte, ultrageluid, laser en druk. Receptoren in het algemeen  reageren meestal alleen op één specifieke prikkel.

Het regulerend effect van acupunctuur
De stimulatie resulteert gewoonlijk in een eenduidig  effect zoals het verlagen van de hartslag. Het prikken van het acupunctuurpunt Pericard 6 daarentegen, zorgt voor een verhoging van het hartritme bij de aanwezigheid van bradycardie en een verlaging van het hartritme bij tachycardie.

Om de diverse therapeutische reacties te verklaren  die optreden bij behandeling met acupunctuur, is in de jaren tachtig een andere theorie ontwikkeld, met de mooie naam ‘de  morfogenetische singulaire theorie’ Deze theorie sluit andere verklaringswijzen niet uit.

De theorie gaat er vanuit dat acupunctuurpunten en meridianen een overblijfsel zijn van het groeicontrolesysteem, die in de embryonale fase van cruciaal belang is voor het optimaal en op de juiste plaats aanleggen van organen en lichaamsdelen.

De embryonale fase
De ontwikkeling van de foetus is een wonderbaarlijk proces, waarin communicatie tussen cellen van essentieel belang is. Elke cel heeft zijn eigen plaats en functie in het embryo. Indien de communicatie tussen cellen verstoord is, ontstaat er gestoorde. Tumorcellen houden bijvoorbeeld geen rekening met elkaar en met de omgeving. Het geheim van de embryonale fase is bij lange na nog niet ontrafeld.

Morfogenese is de leer van het ontstaan van anatomische vormen uit een bevruchte eicel. Al bij de conceptie en de eerste splitsing van de bevruchte cel blijken ionstromen een cruciale rol te vervullen binnen de morfogenese. De ionstromen veroorzaken polarisatie welke de richting van de verdere celdeling en celgroei beïnvloedt. Cellen hebben namelijk de eigenschap om naar de negatieve pool toe te groeien.

In het begin van de embryonale fase zijn er weinig cellen die onderling functioneel met elkaar verbonden zijn via de ‘gap junctions’. Gap junctions zijn hexagonale proteïnecomplexen, die kanalen vormen tussen naast elkaar liggende cellen. Door deze kanalen wordt intercellulaire communicatie gefaciliteerd middels ionstromen.

Wanneer de cellen te ver uit elkaar gaan liggen, splitsen de communicerende cellen zich in twee onafhankelijk van elkaar opererende groeicentra. De twee centra reguleren en controleren de groei van de cellen er omheen. Deze groepen cellen worden ‘organizing centres’ genoemd en hebben een hoge dichtheid van gap junctions, een hoge elektrische geleiding en zijn te vinden op het oppervlak van het embryo.

Tussen de organizing centres ontwikkelen zich orgaansystemen zoals bloedvaten, zenuwen, lymfevaten, spieren en botten. Ook groeien cellen naar de organizing centres toe, als ze zich aan de uiteinden van het embryo bevinden. Dit is mooi te zien bij de ontwikkeling van een muizenpoot, hoe op de plaatsen, waar de organizing centres zich bevinden, uitstulpingen ontstaan.

Naarmate de ontwikkeling van het embryo vordert, ontstaat er een web van organizing centres die de morfogenese controleren en reguleren. De communicatie tussen de centres gaat via de extracellulaire matrix, zoals collageen. Het aandeel van collageen in de lichaamsproteïnen is tussen de 30% en 40%. Collageen heeft als belangrijke eigenschap dat het fungeert als halfgeleider. Halfgeleiding heeft naast metaal- en iongeleiding de eigenschap, om elektrische stromen over te brengen, en wel zeer kleine stromen over lange afstanden. Voor de eigenschap van halfgeleiding moeten stoffen een zeer ordelijke moleculaire structuur hebben, zoals kristalijne structuren. Szent-Gyorgyi liet als eerste zien dat bepaalde  organische moleculen, zoals collageen, genoeg georganiseerd zijn om halfgeleiding te veroorzaken.

Rond 1880 ontdekten Pierre en Jacques Curie het piezoelektrisch fenomeen. Bepaalde kristallen, zoals Kwarts, produceren elektrische potentialen wanneer ze door bepaalde krachten, als druk, gedeformeerd raken. Omgekeerd wordt het kristal gedeformeerd als een elektrisch veld in de omgeving ontstaat. Dit fenomeen wordt gebruikt in kwartshorloges, waarin klein elektrisch veld wordt aangelegd, om de kleine kwartskristallen te laten deformeren en zo zwart worden.

Collageen  en ook myosine, actine en fibrine blijken dergelijke piezoelektrische eigenschappen te bezitten. Het lichaam is continJe  onderhevig aan krachten zoals zwaartekrachten en beweging, waardoor constant piezoelektrische effecten ontstaan. Het bindweefsel vormt dus een netwerk in het lichaam, dat informatie kan vervoeren over langere afstand via halfgeleiding, piezoelektriciteit en op korte afstand via gap junctions tussen de organizing centres.

Het groeicontrole systeem na de embryonale fase
Volgens de morfogenetische singulaire theorie bestaat het groeicontrole systeem uit een netwerk van organizing centres. De ontwikkeling en het onderhouden van fysiologische systemen zijn direct afhankelijk van het groeicontrole systeem. De ontdekking van regulerende gap junction systemen in zowel primitieve organismen als in zoogdieren, maakt het aannemelijk dat het groeicontrole systeem het oudste orgaansysteem is in de evolutie. Verdere ondersteuning van deze aanname is dat het groeicontrole systeem in de embryonale fase al actief is en de andere fysiologische orgaansystemen vooraf gaat, ontwikkelt en reguleert. Hierdoor heeft het groeicontrole systeem overlap en interactie met andere fysiologische systemen zoals het zenuwstelsel en het bloedvatstelsel.

Organizing centres en acupunctuurpunten hebben vergelijkbare fysiologische eigenschappen Beide hebben een hoge elektrische geleidbaarheid, een verlaagde oppervlakte weerstand, een verhoogde concentratie van gap junctions en kunnen geactiveerd worden door non-specifieke stimuli. Acupunctuurpunten zijn o.a. te vinden op de uiteinden, verhevenheden of depressies van lichaamsstructuren, zoals rond gewrichten en op de buiken en aanhechtingen van spieren; zo ook zijn de organizing centres te vinden op dergelijke locaties, zoals de apicale ectodermale rand of in concave gebieden zoals de neurale buis.

Verbindingen tussen de organizing centres zijn vergelijkbaar met de meridianen uit de TCM. Ook de meridianen lopen op de grenzen van de structuren van het lichaam. De Ren Mai meridiaan loopt bijvoorbeeld op de linea alba tussen de buiken van de musculus rectus abdominis.

Regulerende effecten
Het regulerend en controlerend effect van de organizing centres met hun onderlinge netwerk in het groeicontrole systeem is terug te vinden in de acupunctuur. De morfogenetische singulaire theorie gaat er van uit dat het acupunctuursysteem met zijn meridianen afstammen van het groei controle systeem. Doordat het groeicontrole systeem aan de basis staat, heeft manipulatie aan dit systeem ook direct effect op uiteenlopende gebieden. Dit kan het brede scala van acupunctuureffecten verklaren. De effecten variëren van versnelde systemische wondgenezing tot analgesie. De neuronhumorale theorie verklaart deze effecten  via verhoogde afgifte van endorfinen, serotonine, groeihormoon en ACTH, maar gaat voorbij aan het regulerend effect van acupunctuur. Doordat tussen de organizing centres lymfevaten, bloedvaten, zenJeen, spieren en botten ontstaan en in de groei gereguleerd worden door het groeicontrole systeem, is de morfogenetische singulaire theorie een overkoepelende theorie, waarin de acupunctuurverklaringen via neurohumorale mechanismen goed inpassen. De morfogenetische singulaire theorie kan daarbij ook de  regulerende effecten en de aspecifieke activatie van acupunctuurpunten verklaren.

  

Bronnen:
1. Shang C. Electrical conductivitiy. Mechanism of acupuncture beyond neurohumoral theory. Medical Acupuncture. 1999(11) number 2.

2. Shang C. The past, present, and future of meridian system reseach. In: Stux G. Clinical acupuncture, scientific basis. Heidelberg, Germany: Springer ed. 2001, chapter 4: 69-82.

3. Shang C. Electrophysiology of growth control and acupuncture. Life Sciences 2001(68)1333-1342.

.

.

.

.

   
   

 

Sweda-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Reiki-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.