De Yoga aforismen; Jnana yoga
   

De Yoga aforismen: Jnana-yoga: 

 

Sri-Aurobindo 



In de Bhagavad Gita staat over Jnana Yoga geschreven:

 
"De Jnana-yogi's, die de yoga-der-Goddelijke-wetenschap volgen en God vereren in Zijn abstracte vorm van de Onwaarneembare, On­definieerbare, Onvoorstelbare, Onveranderbare, Alomtegenwoordige, Eeuwige, beheersen hun zinnen volkomen; zij zijn onverstoorbaar rustig van geest en wijden zich aan het welzijn der mensheid. Zij zien de Goddelijke vonk, het Atman in ieder schepsel en zullen zeker op den duur hun ziel met God herenigen, maar het is een uitermate zware taak, die zij zichzelf hebben opgelegd, want bet is zeer moeilijk voor zielen, die in een stoffelijk lichaam wonen om zich Het Onwaarneembare bewust te worden."
 

Men moet inderdaad een zeer speciale instelling hebben om zuiver abstract te kunnen denken. De mens heeft gewoonlijk een groot vertrouwen in de waarneming van onze zintuigen en deze moet een Jnana­yogi geheel opzij zetten bij zijn overpeinzingen. 
Een Jnana­yogi  overdenkt dat zijn ziel een onderdeel is van Het Absolute en dus geheel gelijk is aan het Absolute. Hij is zoekende naar het besef dat de begrippen 'ik' en 'mijn' een begoocheling zijn en dat er geen verschil bestaat tussen 'ik' en `de anderen'. God is immers 'Eén' en 'in Allen'. 
Dit houdt in dat de persoonlijkheid ofwel het 'Ego'  slechts een inbeelding is en dat een mens in essentie deel uitmaakt van het alomtegenwoordig 'Absolute'.
Dit is de ware zelfverloochening, immers de verloochening van zijn Ego, die leidt tot het zich bewust worden van zijn Boeddha-natuur als onderdeel van dit 'Absolute'. 
De onwetendheid, die als een sluier de ware kennis omtrent zijn eigen Boeddha-natuur verborg, is nu van hem weggenomen.

Een Jnana­yogi probeert te beseffen wat anderen voelen, en zo ervaart hij dat door het leed van anderen te verminderen de enige manier is om zelf gelukkiger te zijn. Daarnaast beseft hij dat hij zijn zintuigen moet aftrekken van zintuiglijke voorwerpen, of wel 'zich moet onthechten', want zowel begeerte naar zingenot als naar intellectuele zaken wordt nimmer verzadigd door verkrijging van bet begeerde. De vervulling van een begeerte leidt alleen tot een volgende begeerte.

De Jnana-yogi moet diep in zijn eigen binnenste peilen; hij moet oplettend al zijn eigen reacties observeren. Mocht hij zich bijvoorbeeld toornig voelen of geïrriteerd, of wat ook, dan moet hij niet alleen daar niet aan toegeven, maar ook zichzelf afvragen: 

 

 
"Welk deel van mij is toornig
of geïrriteerd en waarom? Er kan geen reden voor zijn, want deze gevoelens hoor ik overwonnen te hebben. Het is slechts mijn Ego, mijn onbelangrijke 'persoonlijkheid', dat zich in zijn ijdelheid gekwetst voelt; met welk recht? Zijn mijn verstand en goede geheugen of mijn andere kundigheden geen geschenken van God, waarop ik mij niet mag laten voorstaan? Mijn zelfgenoegzaamheid was dus uit den boze en slechts ikzelf ben te laken, niet de ander."
  

Wanneer de Jnana-yogi verder gaat met zijn abstracte overpeinzingen, ziet hij dat alles in het universum beurtelings gevolg en oorzaak is, en dat elk gevolg in de toekomst op zijn beurt de oorzaak wordt van een volgend gevolg; terug redenerende moet dus elke oorzaak in het verleden het gevolg zijn geweest van een eerdere oorzaak, totdat in het verst verleden alles is terug te brengen tot een oorspronkelijke oorzaak, die niet is na te gaan. Alles in het heelal is dus van elkaar afhankelijk volgens deze `Wet van Oorzakelijkheid', en wat afhankelijk is van iets anders kan nooit volkomen vrij zijn.

Nu gaat hij de Tijd overpeinzen en komt tot het besef dat deze iets zeer onbestendigs is, iets dat afhankelijk is van omstandigheden, dus niet absoluut.

De ruimte is ook al iets onbestendigs, men kan zich deze namelijk niet als `absolute ruimte' voorstellen zonder begrenzingen en zonder objecten. Afstand in de ruimte wordt door twee objecten bepaald en hun beweging heeft alleen plaats ten opzichte van elkaar. Een beweging van een object in een ledige en onbegrensde ruimte is geen beweging. 
Beweging in ruimte is trouwens weer afhankelijk van tijd, want wanneer iets beweegt moet het zich tevoren op een andere plaats hebben bevonden. Het begrip ruimte is dus via objecten en hun beweging daarin ook weer verbonden met het begrip tijd. Tijd en ruimte zijn belangrijke issues binnen de Jnana-yoga. Want op dezelfde wijze is ook oorzakelijkheid van tijd afhankelijk. Een oorzaak moet altijd eerder hebben bestaan dan het gevolg ervan.
Tijd, ruimte en oorzakelijkheid kunnen dus niet onafhankelijk van
iets anders, niet op zichzelf bestaan. Toch kan men ook weer niet zeggen dat zij 'niet-bestaan', want het gehele universum manifesteert zich door deze drie. Waar tijd, ruimte en oorzakelijkheid niet absoluut zijn hebben zij dus niets met het Absolute te maken, maar zijn een deel van Samsara (Aards leven vanuit Ego).

Wij menselijke wezens klampen ons vast aan de begrippen tijd, ruimte en oorzakelijkheid, aan Samsara, en daarom zijn wij afhankelijk van Samsara, en dus niet vrij. Pas wanneer de Jnana-yogi Samsara en dus zijn Ego loslaat is hij vrij. Boven Samsara uit stijgen is mogelijk, omdat er iets binnen in ons niet aan deze drie zaken is onderworpen namelijk onze Boeddha-natuur.

De Boeddha-natuur bestaat niet maar IS het bestaan; de Boedha-natuur heeft geen kennis maar IS kennis; de Boeddha-natuur voelt geen geluk maar IS de gelukzaligheid zelve, want zij is een vonk van het Absolute.
Zo zijn de overpeinzingen van de Jnana-yogi en langs deze weg van
abstracte overpeinzing groeit zijn Boeddha-natuur  uit boven de banden van Samsara.

Voorbeelden van Jnana-yogi's zijn Sri-Aurobindo en Sri-Yukteswar.

 

 

 

 

 

.

.

   
   

 

Sweda-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Reiki-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.